Fietsen, watervallen bedwingen en kookles

30 maart. We gaan voor beiden iets heel nieuws uitproberen vandaag. We gaan canyoning doen. Dit is abseilen (aan een touwtje naar beneden) door een waterval. Om half acht worden we opgehaald door onze twee gidsen. Aangezien er verder niemand mee gaat, zijn we met z’n vieren. Na een korte autorit en een afdaling door het bos komen we op een plek waar we gaan droog oefenen. Aangezien we allebei weleens geabseild  hebben is dit niet moeilijk. We doen nog een tweede oefening en dan is het tijd om een nat pak te gaan halen. We trotseren het frisse water en met helm en reddingsvest  glijden we vanaf een aantal rotsen met een kleine waterval. Uiteraard ook een keer achterstevoren.
  Dan gaan we een waterval abseilen van 25 meter hoog. Het is een heel glibberig geheel en voor een eerste keer best lastig. Het water heeft enorme kracht. Het geeft een enorme kick om aan een touw af te dalen door een waterval, zeker met onze hindernissen. Rhianne had last van een onwillige sandaal die telkens uit wilde glippen en Erwin raakte zijn lenzen bijna kwijt tijdens de afdalingen. Na het intensieve werk is het tijd voor een heerlijke lunch bij de waterval bestaande uit fruit en broodjes. Daarna kunnen we een sprong in het water maken vanaf een zeven meter hoge rots. Dan is het alweer tijd voor de laatste uitdaging, afdalen in een waterval die “de wasmachine” genoemd wordt. De waterval met een breedte van ongeveer een meter heeft een enorme massa aan water. Wanneer we hierin afdalen worden we heerlijk gecentrifugeerd. Moe maar voldaan klimmen we terug naar de autoweg. We hadden erg veel mazzel voor het eerst sinds een week was er zon in Dà Lat en doordat we met z’n tweeën waren konden we meerdere keren abseilen van de watervallen.
In de middag gaan we foto’s uitzoeken, de route voor morgen plannen en maken we een rondje van zeven kilometer om het meer bij Dà Lat. In de avond gaan we eten met Jenny en Enrico aangezien we die ’s middags ontmoet hebben in de stad.

30 maart. Er staat een fietsdag naar de kustplaats Phan Rang. De afstand is ongeveer 110 kilometer. Toch denken we dat deze goed past in ons idee van leuke fietsroutes aangezien bijna de helft van de route omlaag gaat. Dus ons roze pakketje met souvenirs gaat achterop en we starten om 7.00 uur met een stevige klim van 1500 naar 1600 meter hoogte. We hebben erg mooie uitzichten en tegen de verwachting in, is de weg vrij rustig. Een leuke afdaling van 10 kilometer volgt. Toch dalen we slechts 300 meter. Een beetje verrast zijn we van de volgende klim, in een halfuur weer stijgen we weer naar 1600 meter. We weten dat nu een slingerende afdaling van 17 kilometer komt, dus we pauzeren eerst even op de top om te genieten van het werkelijk formidabele uitzicht.

Het blijkt dat de weg vanaf hier verbreed wordt en dat de staat van de weg de komende tijd niet al te best wordt. Na een bezoek aan de primitieve toiletten op de berghelling staan we op het punt om verder te gaan. Dan worden we opgeschrikt door een enorme knal, horen we een enorm geraas en zien een grote stofwolk vanaf de berg komen. Op nog geen 100 van onze rustplaats hebben wegwerkers een stuk berghelling met dynamiet opgeblazen. Als we er langs willen fietsen blijkt de weg verspert te zijn door rotsen. We moeten bijna een uur wachten tot een shovel de boel aan de kant geschoven heeft. We kunnen dan aan de afdaling beginnen.

De weg is slecht, erg stoffig maar super gaaf. De afdaling duurt bijna een uur en onze remblokjes hebben het zwaar te verduren. Beneden blijft de weg slecht en bestaat vaak niet uit meer dan los grit. Wat het meest opvalt zijn de vele gaten en de “drempels” van puin. We komen nog langs een fabriek waar stokjes worden gemaakt om mee te eten. 

De laatste dertig kilometers zijn vlak en niet erg bijzonder. We stoppen nog even bij het treinstation om kaartjes te reserveren voor de trein naar Da Nang voor morgenavond. Met het nodige handen en voeten werk lukt het om ook voor de fietsen een plekje te bemachtigen. Over Phan Rang  kunnen we kort zijn. Typisch niet toeristisch Vietnamees plaatsje. Veel scooters, erg druk, geen restaurants, veel barretjes en matig hotel.

1 april. Geen grapje vandaag hebben we administratie dag tot we vanavond met de trein verder gaan. We zoeken de bonnetjes uit en verdiepen ons in China en Indonesië. Rond 13.00 verlaten we het hotel en settelen we bij een bar met Wifi. We zoeken de foto’s uit en doen verder niets bijzonders. Om 18.00 uur gaan we naar het station en halen kaartjes voor de fietsen. Dit was gisteren niet mogelijk. We kijken nog even naar de tientallen straaljagers die vlak in de buurt opstijgen en een prachtige zonsondergang waarvoor we net niet op de goede plaats staan. Met een halfuur vertraging komt de trein aan. Onze fietsen gaan in een bagagewagon en wij gaan naar onze slaapcoupe. We delen onze coupe met twee mensen uit Vietnam, waarvan er één redelijk goed Engels spreekt. We hebben zogenaamde softsleepers, redelijk zachte matrassen. We eten een wonderlijk lekker bakje kippensoep wat door onze medepassagier gehaald is en proberen dan wat te gaan slapen.

 Zo wordt het 2 april. Het slapen ging heel redelijk, in ieder geval veel beter dan in de Thaise treinen op een softseater. De trein heeft een ruim halfuurtje vertraging, dus we verplaatsen ons van de slaapcabine naar de luxere zitplekken. Eenmaal aangekomen in Da Nang krijgen we onze fietsen pas terug na bijbetaling van 10.000 Dong. We gaan zoeken naar een vullend ontbijt. Aangezien de bakkerij en restaurants uit de Roughguide niet meer aanwezig zijn, vinden we onze plek in een restaurant aan de rivier. Een lekker kippensoep met brood wordt ons portie. Daarna fietsen we naar Hoi An. De start over de Han brug is leuk, maar verder is de dertig kilometer lange weg eigenlijk het benoemen niet waard. Na de vondst van een hotel gaan we lekker relaxen. In de avond gaan we Hoi An ontdekken, wat een heerlijke plaats om te wandelen. Doordat het plaatsje weinig last heeft gahad van de oorlogen is het nog erg authentiek. In de rivier zijn kleurig verlichte Chinese sculpturen te zien. Voor Koen kopen we zijn eigen Non La Hoed. We eten in het beetje dure Lighthouse restaurant aan de overkant van de rivier.

3 april. Vroeg uit de veren, we willen Thaise kookles gaan nemen. Helaas deze was niet meer te reserveren en blijkt vol. Dan morgen maar. We gaan ons verdiepen in China, dat land is een beetje te groot voor de korte tijd die we hebben. Aan het begin van de middag gaan we een rondje fietsen in de omgeving van Hoi An. We proberen een route te fietsen maar dat faalt. Op de bonnefooi gaan we verder. We fietsen langs rijstvelden, over hele smalle singletrack paadjes en door velden met water palmbomen. Van de bladeren van deze boom worden de hoeden van de Vietnamezen gemaakt. Dit is het ecologische gebied van de stad. We komen op een weg uit die lijkt te gaan naar het strand, maar doodloopt bij het water. Nadat we wat gegeten hebben willen we eigenlijk met de boot richting het strand. Flink onderhandelen en standvastig blijvend komen we met fietsen en al het water over. We fietsen richting het strand en wat op valt is de enorme ontwikkeling van het gebied er worden ontzettend veel hotels en resorts gebouwd. We relaxen een paar uurtjes op strand, gaan zwemmen, lezen en bouwen wat van zand. In de avond gaan we nog even door de gezellige stad dwalen en eten.

4 april. Vandaag staat de Thaise kookles alsnog op het programma. We worden opgehaald bij het hotel en starten op de markt. Onze kok koopt wat ingrediënten zoals taugé, sla, wortel en komkommer. Wij met onze Engelse gids kunnen hem bijna niet bijhouden zo snel hij er overheen gaat. We maken kennis met Paul en Lin uit San Fransisco. Samen wachten we op de rest van de groep om te starten aan een boottrip richting het eiland waar we gaan koken. Met een twaalftal gaan we op weg. Voor we gaan koken bezoeken we eerst een kleine village. Hiervoor roeien we met een kleine boot langs rijstvelden en waterkokosbomen. Onder het genot van rijstcrackers en water speelt een oude Vietnamees voor ons een stukje op zijn zelfgemaakte viool. Enthousiast proberen we het zelf ook. Het geluid wat geproduceerd wordt is niet veel meer dan een slecht afgestelde zaagmachine. We maken rijstmelk voor de pannenkoeken van straks. Helaas is de kruidentuin leeg, waardoor de uitleg van de gebruikte kruiden ontbreekt. Op hoop van zegen dan maar. We starten onze kookles met de bereiding van verse rijst noodle soep met rundvlees. We doen dit samen met Jason en Monika uit London. De soep moet een uurtje pruttelen dus kunnen wij ons verdiepen in de Vietnamese  rolletjes met groente en garnaal aangevuld met noten dipsaus. We werken volgens het principe de kok doet het voor en wij maken het na.

Wij hebben een wat ongeduldige vrouwelijke hulpkok die net even anders ons de ingrediënten aangeeft. Na de bereiding genieten we gelijk van het resultaat. De volgende uitdaging zijn de kokosnootcrêpes met stukjes vlees, garnalen en noten. Uit betrouwbare bron kunnen we vermelden dat ook deze heerlijk zijn. Het volgende maagpleziertje wordt gekruide salade met rijst vermicelli en stukjes varkenshaas. Het laatste gaatje wordt gevuld met de eerder bereide noodle  soep.

Volledig voldaan gaan we op naar de laatste activiteit, de in Vietnam fameuze draaiende tafel. Deze tafel kan zonder aandrijving en aanraking bewogen worden. Hiervoor hoeft alleen de richting hardop gezegd te worden. Helaas had de tafel bij ons een offday en draaide deze slechts een centimeter.  

Ons middagprogramma bestaat uit shoppen in de stad van de zijde. Voor ongeveer 10 dollar per meter kunnen hier de meest mooie lapjes stof gekocht worden. Verder is ook de bebouwing pittoresk te noemen. We moeten wel alles uit de kast halen om acceptabele prijzen te betalen. De Vietnamezen zijn bikkelharde onderhandelaars. Maar dat is een kolfje naar onze hand. We proeven ook veel lokale zoeterijen. Zoveel dat we, in combinatie met de cookingclass, geen trek meer hebben in avondeten.

 

5 april. Vanmorgen gaan we de bus in naar Hué. Een vier uur durende trip. Op deze route rijdt een slaapbus. Deze heeft geen normale stoelen maar bedden die ook in zit stand kunnen. De fietsen gaan onderin. Ook tijdens deze trip blijkt weer hoe ontzettend veel gebouwd wordt in Vietnam. De bus gaat door de nieuwe Hay Van tunnel, waardoor we de gelijknamige pas met prachtig uitzicht missen. Een troost voor ons is dat het rondom de pas erg heiig is, waardoor het uitzicht beperkt is.  Rond het middaguur komen we aan in Hué. In plaats van in het centrum worden we aan de rand van de stad op het busstation gedropt. We verkennen de niet heel bijzondere stad. De lunch wordt genuttigd in een door de Lonely Planet geadviseerd restaurant, de bediening en koks zijn volgens schrijven doof. Als we de straat in komen blijken er wel drie “dove”  restaurants te zijn. Twee daarvan hebben dus professioneel het concept gekopieerd. Een maakt een wel erg amateuristische fout met de tekst “recommend by Lonely Plant” op de gevel. Ook de “echte” is wel lachen. Een dove geeft ons de menukaart terwijl een prima Engels sprekende én horende  tweede de bestelling opneemt.  Het eten is verder prima en ook de speciale flesopeners houden wij in gedachten. Heel logisch is het restaurant niet ingedeeld, voor de WC moeten de gasten dwars door de smalle keuken, waar de mensen trouwens ook gewoon horen.

 

Afijn, na deze experience  gaan we het oude deel van de stad bekijken. Dit deel is het meest toeristisch en dat blijkt ook wel uit de busladingen die langskomen. Wij vinden het niet heel bijzonder en fietsen verder rond. We zien hoe wierook stokjes gemaakt worden, we kijken nog even in het “ Olympisch stadion” en eten nog een ijsje bij een ander geadviseerd restaurant wat ondertussen verhuisd is naar de andere kant van de stad. Heerlijk die reisgidsen… Even nog super snel boodschappen doen bij een te grote supermarkt. Geen idee wat, maar avondeten was snel gevonden. Het brood was wat lastiger. Er stonden zeker 30 Vietnamezen in de rij voor de stokbroden die vers gebakken werden. Twee man bewaking moest dit in goede banen leiden. Des te vreemder was de ervaring dat er minimaal 10 winkelmandjes vol stonden met stokbroden. Een test leerde dat deze waren van verschillende mensen in de rij die meer wilden hebben om dit buiten op straat weer door te verkopen. Toen Erwin er twee uit een mandje pakte aangezien er geen tijd was om in de rij te staan, kwam er iemand boos op hem af. Het resultaat was wel dat hij van iemand anders twee broden kreeg. Mazzel! Nu snel afrekenen en naar de vertrekplaats van de bus. We dachten mee te denken door alvast onze bagage van de fietsen te halen en het voorwiel te verwijderen, zoals s ‘ochtends van ons verwacht werd. Helaas deze bus stopte tweehonderd meter van onze verzamelplaats en de begeleider weigerde om mee te helpen dragen. Toen hij ook nog eens onze fiets hardhandig de bus in werkte en ons menigmaal maande tot hurry hurry, werden we boos en zijn bewust wat rustiger aan gaan doen. Het werd het begin van een, op zijn zachts gezegd, minder fijne reiservaring. De oudere bus bleek voller dan er slaapplaatsen waren, de begeleider en chauffeur spraken geen Engels dus we hadden een patstelling. Pas na herhaaldelijk aandringen werd een local van zijn bed verdreven en hadden we beide een plek, weliswaar ver uit elkaar. De airco bleek slecht te werken en de bus stonk. Allemaal een beetje minder voor een twaalf uur durend tripje. Uiteindelijk maar het beste van gemaakt samen met twee meiden uit de Oekraïne en een Engelsman. Van slapen kwam helaas niet veel. Nog wel een advies voor andere reizigers. Vermijd reizen tussen Hoi An en Hanoi met de firma An Phu Ha Noi Travel Co en vraag naar bijvoorbeeld Sinh Café travel. Rond half acht komen we aan in Hanoi. Aangezien we voor een aantal dagen in huis gaan bij Jan en Brieke, twee Nederlanders die we in Thailand ontmoet hebben, bellen we dat we er zijn. Zo kunnen een halfuurtje later aanschuiven bij de thee. Na lekker opfrissen en plannen voor Hanoi maken, gaan we de stad verkennen. Door het druilerige weer heeft de stad weinig uitstraling. Na twee uurtjes houden we het dan ook voor gezien en gaan terug.

Geplaatst in Vietnam | Laat een reactie achter

De eerste dagen Vietnam

23 maart. Omdat het landschap niet erg interessant is en om tijd te winnen gaan we met de bus naar Can Tho. We hebben geen directe verbinding en moeten een keer overstappen. De fietsen en backpacks gaan op het dak van de bus. We zien weer muziekclips op flatscreen in de bus en de chauffeur toetert dat het zijn lust en leven is. De overijverige conductrice helpt mensen soms wel heel hardhandig de bus in en uit. Tijdens een stop komen er minimaal 10 verkopers de kleine bus in. Ze verkopen, drinken, eten, maar ook sieraden en sigaretten. En meerdere verkopen het zelfde. Het verslag bijwerken in de bus is al hobbelend en slingerend een hele uitdaging. Op het busstation, waar we moeten overstappen, weten we niet waar we heen moeten. Een tiental behulpzame Vietnamezen, die allemaal een andere kant op wijzen, proberen ons ergens naar toe te wijzen, maar het blijft allemaal erg vaag. Uiteindelijk vinden we een busmaatschappij die ons kan brengen. Helaas de fietsen passen niet erg goed, maar met wat propwerk kan het bagageluik dicht. Het eerste deel van de trip gaat prima, we kletsen wat mat een toerist uit Hawai en lezen wat. Na een stop wordt de weg slecht, de vele bruggen in de Delta zorgen ervoor dat de bus soms veranderd in een achtbaan. We maken kennis met Jenny en Enrico uit Duitsland en al kletsend arriveren we in Can Tho. Aangekomen blijken de fietsen er wonderwel goed van afgekomen te zijn. Even alles weer monteren en een hostel zoeken. ‘s Avonds gaan we uiteten met Jenny en Enrico.

 24 maart. Om 5.00 uur het bedje uit. We willen naar de Floating market bij Phong Dien  De route lijkt niet moeilijk maar door werkzaamheden missen we een belangrijke afslag. Gevolg 12 km omgefietst. In het dorp is de markt niet te vinden. Eén van de weinig personen die vier woorden Engels begrijpt, na opschrijven, helpt ons verder. We gaan met een vrouw mee een boot in. We bespreken de boot voor een uur voor 100.000 dong. De markt is klein. Op ongeveer 15 boten wordt waar zoals groente en fruit verkocht en geruild. We gaan er zachtjes over het kanaal. Dan nemen we een afslag door een smalle zijrivier naar haar huis. We krijgen jackfruit, watermeloen en ze laat haar familie en huis zien. Best grappig om te zien en totaal onverwacht. Ze brengt ons terug bij de fietsen en als we willen afrekenen wil ze 200.000 Dong hebben aangezien we twee waren weg geweest. Omdat het niet de afspraak was, betalen we dit niet Het is een bekende handswijze in Vietnam. Gastvrij zijn, maar er wel voor betaald willen worden. Terug in de stad doen we boodschappen en houden in het hotel siësta. Aan het eind van de middag gaan we ons met Jenny en Enrico verdiepen in China, de bestemming na Vietnam.

25 maart. Om 6.00 uur de wekker. We reizen met de fiets verder naar Vinh Long. De eerste actie is het oversteken van een zijrivier in de Mekong. Dit is de kortste route naar de Can Tho brug, de langste tuibrug van Zuidoost Azië. Voordat we onderhandelen over de prijs weten we al dat we opgelicht gaan worden en dat blijkt ook. Afdingen zorgt ervoor dat we voor uiteindelijk 40.000 Vietnamese Dong betalen voor een stukje van 200 meter. Eenmaal over slingeren we over smalle weggetjes en bruggetjes naar de grote brug. Precies achter de tolpoort kunnen we tussen de vangrail door sneaken, net als vele scooters. We gaan tussen de scooters en auto’s omhoog. Wat een prachtige brug. Met 45 km/h en een grote tas achterop naar beneden.

Na even goed zoeken, vragen heeft weinig zin, vinden we onze gewenste weg. Een pad waarop alleen scooters komen en slingerend langs vele kleine watergangen door de Mekong, precies wat we willen. Parallel aan de hoofdweg gaat het verder over een pad van een meter breed. Deze stopt en we moeten oversteken. Gelukkig zijn een aantal locals een bruggetje aan het maken en brengen ze onze fietsen over een band breed balkje naar de overkant. En aantal mensen wuift naar ons en vraagt of we wat komen drinken. Helaas kunnen ze op de aanwezige gitaar niet spelen en wij ook niet. Wel speelt Erwin twee potjes kaart en met wat hulp wint hij ze nog ook. De plaatselijke Miranda Cola smaakt als dropshot zonder alcohol. Tijdens de hele tocht passeren we meer dan vijftig bruggetjes en bij allemaal moeten we een stukje klimmen en dalen. De laatste 10 kilometer gaat langs de drukke snelweg. Niet echt wat we willen, maar er is geen keus. Na een korte bui regen komen we in Vinh Long. Net als we ons oriënteren waar we gaan slapen vraagt iemand of we interesse hebben in een homestay. Dat was precies wat we zochten. Dus gaan we met de pont over naar een eiland voor de stad en een uur later rusten we naar een lekkere douche in een hangmat midden in de Mekong. Heerlijk! ‘s Avonds ontmoeten we Maya uit Amsterdam en Sabrine uit Parijs, samen eten we als diner Elephant Ear Fish met rijstbladeren, een typisch Mekong gerecht. 

 26 maart. We willen graag met een watertaxi naar Ho Chi Min. Helaas door de vele nieuwe bruggen is dit niet meer mogelijk. We vinden een oplossing door met Maya en Sabrina een boot te delen naar een floatingmarket te gaan, die 20 kilometer van de homestay is en richting de grote stad ligt. De lange boottocht is niet heel bijzonder en de floatingmarket evenmin. De boten zijn te groot om te zien wat verkocht wordt. We zien nog wel hoe honing, rijstpapier en kokossnoepjes gemaakt worden, dat is wel leuk. Als de fietsen van de boot zijn rijden we naar de grote weg. We volgen deze naar de eerste grote plaats en wachten aan de kant van de weg tot een bus ons meeneemt naar Ho Chi Min. Op de plaatsnaamborden die ze hier hebben, zijn de plaatsnamen afgeplakt. Voor ons ontbreekt hierdoor de noodzakelijke functionaliteit, waar zijn we? Blijkbaar zijn de 100 kilometer voorbij want ineens draaien we een groot busstation op met minimaal 200 bussen. Midden op het plein worden we uit de bus gezet, niet echt handig met fietsen, snel wegwezen dan maar. We zitten 10 kilometer buiten de stad en krijgen dus nog een ware belevenis fietsen in het gekkenhuis wat Ho Chi Min heet. Om een voorstelling te maken. De stad heeft 7.100.000 miljoen inwoners op een oppervlakte van 2100 vierkante kilometer. De provincie Utrecht heeft 1400 vierkante kilometer en 1.200.000 inwoners. Op zich al een groot verschil, maar bedenk dan dat bijna iedereen die kan rijden hier een scooter heeft. Dat is complete chaos, zelfs voor ons met redelijk wat ervaring met fietsen in Bangkok en Phnom Phen. ’s Avonds nog even sinds lange tijd Skypen.

27 maart. Vandaag gaan we naar de Cu Chi tunnels, de tunnels die gebruikt zijn als verdedigingswerk van de guerrilla’s tijdens de oorlogen die Vietnam gekend heeft. Aangezien een afstudeeronderwerp van Rhianne de Cu Chi tunnels was gaat ze proberen herkenning te krijgen. Omdat de tunnels meer dan 60 kilometer buiten het centrum van de stad liggen, kiezen we ervoor om met een georganiseerde tour te gaan. Met 25 mensen, die op verschillende plekken worden opgepikt, vertrekken we een uur later dan gepland naar Cu Chi. Om nog iets later aan te komen bezoeken we tussendoor ook nog een werkplaats waar aardewerk wordt voorzien van ingelegde bewerkingen zoals ei schillen en parels. De werknemers bestonden uit gehandicapte Vietnamezen. Eenmaal weer in het drukke verkeer van de stad vertelt onze gids dat tijdens het Nieuwjaar maar liefst negen miljoen mensen in de stad wonen en er dagelijks zes miljoen scooters rondrijden. Na twee uur komen we op ons daadwerkelijke doel van vandaag de Cu Chi tunnels. Dit blijkt een ingenieus stukje verdedigingswerk van ruim 300 kilometer van de Vietnamezen. De met de hand gegraven tunnel was een de leefwereld voor de strijders. Er waren hospitalen met operatiezaal, slaap- en eetruimtes, vergaderzalen, wapen- en voedselopslagplaatsen. We starten bij een ingang van een schuilkelder. De opening is niet meer dan 80 bij 40 cm breed. In tegenstelling tot de meeste van onze groepsgenoten passen wij er makkelijk in. Toch fijn dat reizigers dieet.

Na een aantal zeer vlugge foto’s, aangezien onze gids alweer doorgaat, gaan we naar een valkuil met flinke pinnen onderin. We zien beluchtingsheuvels en krijgen uitleg over waterafvoer. Ter voorkoming dat de tunnels door de Amerikanen onderwater gezet konden worden, bestaat het stelsel uit drie lagen waarbij de onderste laag uitkomt in de Saigon rivier. Zo werden de bewoners nat maar verdronken niet. De hut waarin gedemonstreerd wordt hoe wapens gemaakt werden en oude bommen gerecycled was interessant. Daarna kon nog geschoten worden met oude geweren uit de oorlog. We kruipen 100 meter door de tunnels wat, ondanks dat ze enigszins vergroot zijn en voorzien van verlichting, nog steeds erg beklemmend en warm is. We hadden kunnen zien hoe slippers van rubber gemaakt werden, maar onze gids staat in een hoge versnelling en slaat dit deel over. We doen enkel nog een kopje thee en eten een aardappel, voedsel wat de bewoners van de tunnels regelmatig aten. Eenmaal terug in de stad maken we een kleine rondwandeling. Het meest opvallend was de straat met opticiens, waar voor vijftien euro, een nieuwe bril binnen een halfuurtje gemaakt wordt. Ook heeft Koen sjans met een winkeljuffrouw. In de avond Skypen we met beide ouders te gelijk. Live worden onze pakketjes uitgepakt uit Zuid Afrika en Thailand.

28 maart. Wat later dan gebruikelijk staan we op. De eerste uurtjes besteden we aan het boeken van de vliegtickets naar Maleisië en Singapore. Daarna gaan we op de fiets de stad verder verkennen. We kunnen het niet laten en kopen ondanks de beperkte ruimte toch wat souvenirs. We brengen een bezoek aan het oorlogsmuseum. Voornamelijk doormiddel van foto’s wordt hier een beeld gegeven van de uiterst gewelddadige Vietnamoorlog. 35 jaar na afloop zien de beelden er nog steeds verschrikkelijk uit en zijn misschien wel het meest gruwelijk van de verschillende musea die wij in Azië bezocht hebben. Na het museumbezoek gaan we in het spitsuur op zoek naar een fietsenmaker. Aangezien we een behoorlijke slag in het achterwiel van onze fiets hebben zitten en geen spakenspanner hebben moeten laten we dit doen. Voor 10.000 Dong krijgen de fietsen binnen een halfuur gelijk een kleine servicebeurt. In de avond bezoeken we het waterpoppentheater. Absoluut een kleurrijke en muzikale voorstelling.


Na afloop kijken we nog even naar een stijldansles. Hier ontmoeten we Karen uit Vancouver en Leo uit Seattle. Als de dansles is afgelopen horen we vanaf de tweede verdieping van het theater ook nog muziek. We beslissen even te gaan kijken en komen dan midden in iets wat nog het meest lijkt op een talentshow. In plaats van weggestuurd te worden krijgen we plaatsen toegewezen vlak achter de jury. Ontzettend leuke danceacts worden afgewisseld met individuele zangers. Wij vormen met onze verschijning een act op zich. De cameraman die de show vastlegt, neemt ons ook op en we worden vastgelegd op verschillende fotocamera’s. We vermaken ons prima met zijn vieren ondanks dat er soms ook wat mindere optredens tussen zitten. Tussendoor krijgen we nog een flesje water aangeboden. Uiteindelijk blijken er 36 acts te zijn. Maar vanaf de 26e begint de zaal leeg te stromen. Het is dan al half 11 als we ook beslissen om op te stappen. Als we de zaal uitlopen krijgen de dames in ons gezelschap een bos bloemen aangeboden. We fietsen door de bijna verlaten straten van Ho Chi Minh terug naar ons guesthouse. Als we Karen willen toevoegen op Facebook blijkt dat deze site in Vietnam door de regering geblokkeerd wordt. Ook dit is Vietnam.

 29 maart. Vroeg in de morgen fietsen we richting het 10 kilometer verderop gelegen busstation. Wij hebben voorlopig even genoeg van het gezoem en getoeter van het vele verkeer in de stad, Met de bus gaan we ons 300 kilometer verplaatsen naar Dà Lat in centraal Vietnam. Een best mooie busrit. Het eerste stuk door de stad nog niet, maar daarna langs rubber en koffieplantages en veel groene frisse stukken. We gaan het gebergte in. Hele mooie beboste bergen en heuvels. Smalle weggetjes met soms spannende inhaalacties. Zeker voor ons aangezien we helemaal voorin de bus zitten. Het grote voordeel van deze plek is het werkelijk schitterende panoramische uitzicht. Dit deel van Vietnam is enorm vruchtbaar. Er worden dan ook aan de voet van de heuvels veel gewassen geteeld. We zien weer een grote verscheidenheid aan beladingen van voertuigen. De meest opvallende zijn een vrachtwagen met boomstammen van een ruime meter in doorsnede, twee personen met een autoruit en een spiegel van 2×1 op een scooter en varkentjes transport op een scooter.   De laatste tien kilometer gaat redelijk steil de hoogte in. Pas rond vijf uur komt onze eindbestemming in zicht, we hebben er dan acht uur bussen op zitten. Stappen we uit, brrrr, het is koud hier. Het kwik staat niet hoger dan 15 graden, ongeveer de helft van de temperatuur in Ho Chi Minh. Na wat rondfietsen door de stad vinden we een leuk hostel voor de komende twee nachten.

Geplaatst in Vietnam | Laat een reactie achter

Phnom Penh en de kustroute

13 maart. Om wat tijd te winnen, gaan we vandaag met de bus naar Phnom Phen. De tocht die nu vijf uurtjes duurt, zou anders drie lange fietsdagen langs de niet heel bijzondere hoofdweg 5 betekenen.
Om half negen zijn we met fietsen op het busstation. De fietsen moeten onder in de bus gelegd worden. Dit betekend voorwiel eruit en bagageplank eraf. Onze poetsdoeken zijn enigszins bescherming. We hopen maar dat het goed gaat. In de bus worden eerst een aantal karaoke filmclips vertoond. Dan wordt er een film opgezet. Voor onze medepassagiers blijkbaar een leuke film, aan het commentaar en lachen te horen. Een baby vindt het minder leuk en jengelt er lustig op los. Rhianne kijkt een film die over travestieten en homo´s gaat en Erwin werkt het verslag bij. We stoppen bij een lokaal wegrestaurant, waar ook van de toiletten gebruik gemaakt kan worden. Verder valt ons op dat er zoals verwacht weinig afwisseling zit in het landschap. Hoe dichter we Phnom Phen naderen, hoe gelukkiger we worden dat we niet zijn gaan fietsen. Het laatste stuk van de reis kijken we buffel vechten op de TV en weer de foute karaoke films. De plaspauze een halfuur voor aankomst hadden ze voor ons mogen overslaan. Er waren toch geen toiletten. Bij aankomst wordt het chaotisch. We moeten onze fietsen in elkaar zetten terwijl er continu Cambodjaanse mannen om ons heen hangen, zoals zo vaak. Ze toeteren met onze toeters en vragen er lustig op los. Ondertussen wil een ongeduldige buschauffeur zijn bus het liefst op onze fietsen zetten. We fietsen naar de buurt waar volgens onze roughguide goedkope guesthouses zijn met uitzicht op het Boeung Kak meer. Er hangen meer guesthouse borden dan er daadwerkelijke logeeradressen zijn. Het blijkt dat deze wijk de oude backpackers plek is die zich aan het verplaatsen is. We kiezen voor “good view”, een redelijk hostel. De kamer is klein en warm en op gang ruikt het een beetje vreemd. ’s Avonds eten kijken we zonsondergang op de boulevard met uitzicht op de Tonle Sap rivier en genieten van de vele Cambodjaanse gezinnen die op zondagavond in het park zijn. Als we willen gaan slapen blijkt onze ventilator het niet meer te doen en is het ontzettend warm op de kamer. De beheerder probeert de fan aan te slingeren wat resultaat heeft, voor korte duur… We krijgen een andere kamer, op de derde verdieping. Dat wordt dus een aantal keren lopen vanaf de eerste verdieping naar de derde voor we eindelijk kunnen douchen en slapen. 

14 maart. In de ochtend vermaken we ons met het plannen van ons vervolg in Cambodja en werken we de website bij. In de middag gaan we op de fiets de stad verkennen. We rijden naar wat ze in Phnom Pen, het Olympisch stadion noemen. Navraag leert ons dat ze in Cambodja nooit de spelen georganiseerd hebben, sterker nog, in de zeven keer dat het land mee deed, wonnen ze nog nooit een medaille op. Af fijn het doet er niet veel toe en we gaan kijken. We wimpelen wederom een fietsparkeerplaats af en rijden gewoon door. Er wordt volop getraind, buiten wordt er gevoetbald, binnen gevolleybald. Het grappige is dat we met de fietsen het oude stadiongebouw in kunnen rijden zonder tegen gehouden te worden. Op het stadionterrein staan verder de gebouwen van sommige sportbonden, zoals de tennis,- tafeltennis en gymnastiekbond. In de gebouwen worden de betreffende sporten beoefend. Hierna fietsen we richting het vrijheidsmonument. Onderweg stoppen we nog even bij, waarschijnlijk een van de grootste supermarkten, van Cambodja. Veel Europese boodschappen zijn hier verkrijgbaar, alleen de prijzen zijn een keer of drie zo hoog als bij ons. Ze verkopen hier zelfs vers bruin Frans stokbrood en kaas. Wat kan simpel soms heerlijk zijn! We willen ons broodje opeten op de boulevard aan de rivier. Blijkbaar mogen daar geen fietsen en bromfietsen staan en een agente komt dat vertellen. Uiteindelijk lukt het om de agente te overtuigen dat we na 10 minuten weer vertrekken en dan mag het. Dit lukt ook met agent twee en drie en dus genieten we van ons broodje. ‘s Avonds eten we ook nog een broodje hamburger, in het restaurant, op het dak van ons guesthouse met lekkere Franse frietjes. Helaas relaxt onze overbuurman op zijn eigen manier, met een jointje. We vervolgen onze avond in het restaurant beneden, waar we WIFI tot onze beschikking hebben. We skypen met de broer van Erwin om hem te feliciteren met zijn verjaardag. Opeens komen Itziar en Asier binnen lopen. Zij waren het Spaanse stel dat we bij het CDO in Siem Reap ontmoeten. Zij zijn daar twee dagen langer gebleven dan wij en weten te vertellen dat de fundering van de keuken al af was toen zij verder gingen. Ook hebben ze Mom verder op weg geholpen. We blijven gezellig wat drinken met elkaar. 

15 maart. Deze dag gaan we verder met onze ontdekkingstocht door Phnom Phen. Als eerste gaan we kijken bij het Toul Sleng Genocide Museum. Deze voormalige school is tijdens het bewind van Pol Pots Rode Khmer een gevangenis geweest voor tegenstanders van het regiem. Dit is het toneel geweest van de meest verschrikkelijke martelingen uit de Cambodjaanse geschiedenis. Er is nu een dweil door heen gehaald, maar verder zijn de meeste ruimtes nog zoals ze in 1979 zijn aangetroffen. We bekijken een film over twee gevangen die de verschrikkingen in Toul Sleng niet hebben overleefd. Verder wordt nogal schokkend doormiddel van foto’s en schilderijen weergegeven hoe er gemarteld werd. Het doel van Pol Pot was om Cambodja weer dezelfde allure te geven als tussen de 10e en 12e eeuw, de hoogtij dagen van Angkor. Hiervoor moest in ieder geval gelijk worden. Iedereen die hoog geschoold was moest worden vermoord. Als voorbeeld: voor het schrikbewind van de Khmer waren er in Phnom Phen twee miljoen inwoners. Tijdens het bewind is de helft hiervan verjaagd naar het platteland of vermoord. Exacte schattingen van het aantal doden loopt uiteen van tussen de één en twee miljoen Cambodjanen. Ondanks dat het museum de situatie erg duidelijk weer geeft en alles best indrukwekkend is, waren we in de killing caves werkelijk geschokt. 

Na het museum gaan we naar de Russische markt, volgens zeggen is dit de goedkoopste plek in Cambodja om souvenirs te kopen. Met zware onderhandelingen slagen we er uiteindelijk in om voor weinig geld leuke souvenirs te kopen. Als we genoeg geshopt hebben is het tijd voor wat noodzakelijk kwaad. Erwin heeft al een kleine week wat last van een pijnlijk plekje op zijn tandvlees. Aangezien we de komende twee weken waarschijnlijk niet meer in grote plaatsen komen, gaan we vandaag naar een tandarts. Onze keus is gevallen op de internationale hulppost. De tandarts is een Australische. Een APKtje, twee foto’s en 65 dollar later is de diagnose een enigszins geïrriteerd blaasje, dat binnen een aantal dagen weg moet gaan. Gelukkig maar. Nu gaan we nog even naar het postkantoor en zien de apen door de straat heen slingeren, grappig hoor! Als we via het park met What Phnom terug naar het hostel fietsen, zien we daar een hele grote klok in het gras en een olifant aan een touwtje. In de avond ontmoet Erwin nog iemand uit Canada.
 
16 maart.
Voor het eerst sinds 7 februari staat er weer een lange fietsdag op het programma. We gaan in twee etappes naar de kustplaats Kampot. Vandaag willen we ongeveer de helft fietsen. We vertrekken om 07.30 uur. Na de banden opgepompt te hebben, rijden we richting het zuidwesten. We willen nog even op de killingfields gaan kijken en deze liggen een beetje op de route. Helaas pakken we de verkeerde afslag waardoor we een stukje moeten omrijden. De killingfields zijn indrukwekkend om te zien. Hier werden gevangen uit de Toul Sleng gevangenis en andere plaatsen vermoord en in massagraven gegooid. Het meest luguber was de killingboom, tegen deze boom zijn honderden baby’s en kinderen dood geslagen. Ook het herdenkingsmonument met vele honderden schedels was indrukwekkend om te zien. Op de fiets praten we nog een poosje na over datgene wat we gezien hebben.

 

Het landschap is best afwisselend en de kilometers rollen lekker weg. Rond het middaguur zijn we ongeveer halverwege en gaan we eten in het dorp Trapeang Sab. De rijst en de tomaten mix zijn al gemaakt en dat blijft in een land als Cambodja altijd een gokje. Het smaakt ons wonderwel lekker. Als we onze watervoorraad hebben aangevuld en we weer op de fiets zitten zien we nog een brommer volgeladen met minimaal veertig nog levende eenden. We vervolgen onze weg en al binnen een kilometer komt Erwin er achter dat hij zijn pet mist. Maar deze lag niet meer op tafel. We fietsen terug, maar zien niets. We proberen te weten te komen waar hij is. De plaatselijke bevolking wil niets zeggen, maar de geniepige blik in de ogen is voor ons een teken dat ze meer weten. Voor het eerste maken we kennis met deze kant van het arme Cambodja. Afijn, we fietsen verder, helaas zonder pet van net twee weken oud. Op 80 kilometer houden we nog een kleine stop. Een halfuurtje later fietsen we onze eindbestemming in van vandaag, Takeo. We stoppen bij het eerst de beste guesthouse, Samdy. Ook het restaurant wordt de eerste de beste, helaas een minder goede keuze. Terug in het guesthouse blijkt de Wi-Fi niet helemaal te werken. De internetkabel uit de vaste computer biedt uitkomst.

17 maart. Weer vroeg uit de veren 5.00 uur. Vandaag weer een lange fietsdag en we willen op tijd, lees voor het heetst van de dag in Kampot zijn. De eerste 10 kilometer naar Ta Saom gaan over een slecht geasfalteerde weg. Zoveel hobbels, dat het gravel naast de weg beter rijdt. In Ta Saom zien we gasten die op weg zijn naar een trouwerij. De traditie in Cambodja is dat elke gast een eetbaar offer meeneemt in de vorm van bananen, komkommer, meloen, koekjes, appels of iets anders. In dit geval een rij van wel zestig mensen, die worden vooraf gegaan door vier mensen met een traditioneel muziekinstrument.

Voor we het weten is het na 46 kilometer tijd voor een pauze. Het is dan pas 10.00 uur. We kopen een watermeloen en wat broodjes, terwijl geprobeerd wordt ons een biggetje aan te smeren. We zien een aantal buffelkarren langskomen, een prachtig gezicht. Na de pauze gaat de tocht eigenlijk alleen maar sneller. We dalen licht richting de kust en het asfalt is goed. Al om 13.00 uur zijn in Kampot, we slapen hier in Blissful guesthouse. Een mooie locatie met bar, restaurant en prachtige tuin met hutten, loungestoelen en hangmatten. De douche is heerlijk en Erwin slaapt erna twee uurtjes bij. Rhianne gaat aan de slag met de website. Rond de klok van zes gaan we eten bij Rusty Keyhole . De pasta en taco’s gaan er prima in. In het guesthouse relaxen we nog een poosje in een hut.

18 maart. Vannacht heerlijk geslapen. Het is lekker afgekoeld en het bed sliep prima. Na een lekkere omelet als ontbijt gaan we lekker in lezen in de omgeving en de rest van de Cambodja tour. Daarna brengen we een bezoek aan de markt van Kampot. Al wandelend onder het veel te lage dak, van soms niet meer dan een golfplaat of doek, verbazen we ons hoe ontzettend groot de markt is.
We kopen brood, fruit en wafels van mais deeg. Deze zijn verbazend lekker. We eten op de rustige kade van de Teuk Chhou rivier en slaan gade hoe een visser zijn dagelijks maaltje probeert te vangen. Erwin brengt een bezoek aan de kapper die voor maar twee dollar perfect werk levert. Koen shopt nog even bij een winkel voor een mooi antiek stukje elektriciteit. In de avond maken we een lekker broodje kaas met verse komkommer en tomaat en een fruitsalade, die we op de veranda  bij het guesthouse opsmikkelen. We willen een tour regelen naar de top van Bokor nationaal park, helaas gaat er alleen een groep van minimaal 21 personen en dat vinden wij veel te veel. Omdat we niet alleen mogen, stellen we bij een andere touroperator een ander programma samen. We gaan een halve dag met een tuk-tuk op stap de omgeving in en gaan vissen. Ook horen we nog dat ons pakketje wat op 3 februari op de post is gegaan, aangekomen is. Dat is toch flink sneller dan de beloofde drie maanden.

19 maart. Vandaag staat een tocht over het platteland rond Kampot op het programma. We starten om half 8. Onze eerste bestemming is een peperplantage. Een van de beste pepers ter wereld komt namelijk hier vandaan. We kijken bij het plukken en stellen een eigen pakketje samen. Daarna rijden we via de Damnak Chang’Eu markt, waar we onze lunch kopen bestaande uit banaan en zoete aardappel, beide gefrituurd, naar de Phnom Sorsir grotten. We rijden over voornamelijk gravel wegen de ene is wat beter dan de ander. Doordat er water beschikbaar is, wordt in deze streek veel landbouw bedreven. Het verwonderd dan ook niet dat er soms prachtige groene stroken te zien zijn en er heerlijke verse geuren zijn. Om de grot in te kunnen klimmen we eerst naar een tempel boven op de heuvel, ondertussen groetend naar de monniken in hun prachtige oranje gewaden.

De gesuggereerde olifant is met een beetje fantasie inderdaad te zien. Onze gids verteld in redelijk Engels de in en outs vaan de grot. Na het zien van verschillende formaten vleermuizen verlaten we deze weer. Onze rit gaat verder naar het meer, genaamd secret lake. We wandelen langs het water naar een aantal hutten en genieten hier in een hangmat van onze lunch. Na een uurtje gaan we terug. Erwin wil graag met een klein vissersbootje. Met wat armgebaren wordt de visser duidelijk wat we willen. We mogen in de toch wel schommelde boomstamboot en hij zwemt ons naar de overkant. Via wat omwegen gaan we met de tuk-tuk gaan we naar de Phnom Ch’nork grot. Hier worden we rondgeleid door een aantal kinderen waarvan een aantal de Engelse taal goed machtig zijn. De denkbeeldige krokodil, olifanten, adelaar en schildpad zijn inderdaad goed te zien. In de donkere druipsteen grot komen onze hoofdlampjes goed van pas. Het is glibberig en soms erg laag, maar het is een erg mooie grot en een bezoek zeker waard. Rond 15.00 uur zijn we in het Cham visserdorp waar we met een grotere traditionele vissersboot gaan varen. We varen uit naar de Thaise golf. We gaan een kilometer of drie uit de kust zwemmen, op een plek waar het nauwelijks anderhalve meter diep is. Na een halfuurtje spartelen, zetten we koers na de visplek. Waar we onze bamboehengels uitgooien. De vissen willen niet echt bijten en we proberen een andere plek. Ondertussen is het zwaar bewolkt geworden, gaat het flink waaien en lijkt het te gaan regenen. We beslissen dan ook om naar uurtje vissen terug te gaan. De vangst is als volgt: Rhianne vangt een visje van nauwelijks tien centimeter, Erwin vangt tot twee keer toe de boot en een krabje die helaas door de harde wind van de haak afvalt en verder helemaal niets. Als het donkers is zijn we terug in Kampot en gaan we na een verfrissende douche eten en loungen in de tuin van ons guesthouse. Daar zien we nog een hagedis van kop tot staart zeker veertig centimeter.

20 maart. Vandaag hebben we een korte fietsdag van 25 kilometer naar Kep. Voor we vertrekken eerst nog even op markt brood halen. Via vele groente stalletjes, gereedschap en de super vers geslachte kippen en eenden, de levende exemplaren wachten aan touwtjes hun lot af naast het hakblok komen we bij ons brood. We weten ook nog heerlijke cakejes te scoren. Als we bij Keplers nog even onze Cambodja Rough guide hebben verkocht en de het veel dikkere China exemplaar hebben gekocht, gaan we de fietsen opladen. Voor we weg gaan proberen we nog even een stukje elektra te kopen. Helaas het energiebedrijf kan ons niet helpen, dus zoeken we verder.

De weg is de eerste twaalf kilometer het zelfde als gisteren met de Tuk-Tuk. Pas bij White Horse, met het witte paard op de grote rotonde, gaan slaan we de weg in naar Kep. Onderweg genieten we volop van de steeds maar weer verbaasde blikken als we met de vol geladen fietsen langskomen. In Kep, maken we een rondje door het dorp. Het plaatsje stelt niet heel veel voor en is voornamelijk bekend om zijn verse krap. Het strand stelt niet erg veel voor. We slapen in Seaside questhouse direct aan de zee. Als de spullen opgeruimd zijn, duiken we de wel erg ondiepe oceaan. Na het afkoelen, relaxen we wat en kijken de mooie zonsondergang. De borden eten, zijn wat vet, maar wel erg goed bemeten. Voor we gaan slapen kletsen we nog wat met een aantal Nederlandse motorrijders.

21 maart. Onze volgende uitdaging is de beklimming van Kep Mountain. Deze heuvel is gelegen in het 28 vierkante kilometer grote Kep nationaal park. We beslissen om het met de mountainbikes te gaan doen. Voor dat we aan de klim beginnen halen we, bij gebrek aan een bakkerij in het dorp, banquettes bij de bakkerij van een duur resort. Voor één dollar per persoon mogen we het nationale park in. De klim is uiterst aardig over een breed gravel pad met uitzicht over de Thaise golf. Na een klein halfuurtje pauzeren we bij een paar bankjes met schitterend uitzicht.

We gaan verder en dalen rondom de berg weer licht af voor we met een steile klim beginnen naar de top. Halverwege kunnen we kiezen voor een smal looppad naar boven. Dus we parkeren de fietsen en gaan lopen. Een flinke klim later bereiken we de top van de heuvel, waar het uitzicht beperkt is. Na 10 minuten dalen we dan ook weer af naar een punt wat Sunset rock heet. Hier is het uitzicht prachtig en genieten we van onze lunch. We dalen in sneltrein vaart af en gaan vlak naast de krapmarkt een restaurantje in waar we genieten van een heerlijk koele shake. De rest van de middag besteden we aan het plannen van onze Vietnam trip. ‘s Avonds eten we wederom in het restaurant naast de markt. Helaas de Wifi werkt niet, maar de gekozen gerechtjes gaan er prima in. Ons maal bestaat uit alleen maar voorgerechten aangezien daar de meeste keus uit was. We eten: Stuffs Crabs, Shrimp Capriccio, Vegetable , Spring Rolls, Tunisian Brick, Seasonal Mixed Salad, sewed with redwine vinaigrette  and French Frieds . Door een behoorlijke bui regen fietsen we terug naar het guesthouse.

22 maart. We fietsen vandaag naar de grens van Vietnam. Op onze kaart staat een korte route, tussen Kep en de grens die niet langs de drukke hoofdweg gaat. Vol goede moet fietsen we weg om de track te vinden. Helaas zonder bordjes in Cambodja valt dit nog niet mee, vragen dan maar. Dit biedt ook geen uitkomst aangezien iedereen ons een andere kant op stuurt. We geven bijna de moed op, maar na een uur zoeken vinden we als nog het gewenste pad. Dan blijkt deze het zoeken absoluut waard te zijn. Op vaak niet meer dan een modderig pad van nog geen meter breed verplaatsen we ons langs de kustlijn midden tussen de zoutwinningsvelden door. We komen door gehuchten waar andere toeristen zelden komen. We fietsen tussen koeien, ganzen, varkens en waterbuffels door. Soms is het goed zoeken waar de weg heen gaat. Uiteindelijk komen we op een brede gravelweg waarop we het laatste stuk fietsen naar de grens. Het passeren van de grens gaat soepel.

Vietnam in moeten we een medische verklaring invullen dat we gezond zijn. Als het niet snel genoeg gaat wordt deze ingevuld en zijn we dus gezond. Bang zijn ze wel voor ziektes, de grenspost heeft een ruimte waar lichaams temperatuur gemeten kan worden en een quarantaineruimte. Gelukkig de mensen zijn niet heel anders, ook hier gapen ze onze fietsen aan als het 8e wereldwonder en onze toeters worden door de douanebeambten veelvuldig getest. Eenmaal over de grens valt direct op dat Vietnam op een aantal vlakken wat verder is dan Cambodja. Overal om ons heen zien we verkeerborden, staan er markeringsstrepen op de weg en als we Ha Tien binnen fietsen zien we zelfs een gemeentebord. Bij het pinnen blijkt dat we een miljard kunnen opnemen en ons dag budget is meer dan een miljoen. Ons hotel is schoon en de bedden fijn. Alleen het elektrabord op de kamer is van de categorie houtje touwtje werk. We eten in een restaurant naast het hotel.

Geplaatst in Vietnam | Laat een reactie achter